Normeren

Je heb een toets afgenomen,besproken, én nagekeken. Tijd om te normeren. Zo doet je dat.

In dit artikel leggen we uit hoe Normeren werkt in Test-Correct, introduceren we het tabblad normeren, en geven we je een bredere uitleg van de verschillende normeringsvormen en bijbehorende formules. Gebruik onderstaande links om snel door de verschillende onderwerpen te scrollen. 



Het Tabblad 'Normeren'


Wanneer een toets volledig is nagekeken verschijnt binnen het toetsoverzicht de knop ‘Normeren’ rechtsboven in het toetsoverzicht.

docent-menu-normeren-1

U krijgt vervolgens een overzichtsscherm dat is opgedeeld in drie onderdelen: 'Normering', 'Voorbeeld' en 'Vragen'.


LET OP: De knop ‘Normeren’ komt pas tevoorschijn als alle vragen zijn nagekeken. Ziet u de knop niet, maar u was wel in de veronderstelling dat u alles had nagekeken, zoek dan in de lijst van studenten bij wie nog vragen zijn na te kijken.

Normering:

Er zijn op dit moment 5 manieren om een cijfer uit te rekenen. Kies de manier uit die jouw voorkeur geniet. Ook wanneer je kiest voor de bovenste optie 'Goed per punt' klik je op de keuzeknop die daarvoor staat. Zodra je op een keuzeknop klikt wordt er een cijfervoorbeeld gegenereerd met de gekozen opties. Sommige normeringsopties hebben een extra veld waarmee de bijbehorende standaardnormering aangepast kan worden.

Onderin dit artikel vind je een bredere uitleg van de verschillende normeringsopties.

Voorbeeld:

Zodra je een normering hebt gekozen verschijnt hier de namenlijst van de studenten die deze toets hebben gemaakt met daarachter het cijfer dat zij met de gekozen normering zullen krijgen. Zodra de gekozen normering wordt aanpast ziet je dat het cijfervoorbeeld ook verandert. Onderaan de studentenlijst geeft het systeem ook het gemiddelde aan dat met de gekozen normering wordt opgeslagen.

Vragen:

Hier zie je de lijst met vragen die gesteld zijn tijdens de toets. Daarachter vindt je de belangrijkste  metadata die hoort bij de vraag. Helemaal rechts van iedere vraag zie je de kolom ‘Overslaan’. Als een vraag wordt overgeslagen (door de checkbox achter deze vraag te selecteren) dan zal deze vraag niet meetellen tijdens het berekenen van een cijfer.

Wanneer je een normering hebt gekozen en tevreden bent met het getoonde cijfervoorbeeld, dan klik je op de knop ‘Normering opslaan’, rechtsboven in het scherm. Je wordt nu automatisch naar de pagina ‘Becijferen’ gebracht. Wil je de normering alsnog aanpassen, ga dan terug naar het tabblad 'Nakijken & normeren' en open de toetsgegevens opnieuw met het folder icoon achter de toets.  Je kunt dan kiezen voor de optie 'Normeren' of de optie 'Becijferen'.

Terug naar boven


Normeringsopties

Goed per punt

Bij de optie 'Goed per punt' wordt het cijfer berekend aan de hand van de totaal aantal punten dat de student bij een toets heeft behaald. Achter deze optie vul je in hoeveel punten een student nodig heeft om het cijfer met één te verhogen. Het cijfer van de student begint standaard bij een één.

Voorbeeld:
Maaike heeft tijdens het maken van een toets in totaal 37 punten gehaald. De normering 'Goed per punt' is ingesteld op 5. Per 5 punten gaat het cijfer van Maaike met één omhoog.

form-gpp

Terug naar boven

Fouten per punt

Bij de optie 'Fouten per punt' wordt het cijfer berekend aan de hand van de totaal aantal punten dat de student bij een toets niet heeft behaald. Achter deze optie vul je in hoeveel punten een student nodig heeft om het cijfer met één te verlagen. Het cijfer van de student begint standaard bij een tien.

Voorbeeld:
Maaike heeft tijdens het maken van een toets in totaal 21 punten gemist. De normering 'Fouten per punt' is ingesteld op 5. Per 5 punten gaat het cijfer van Maaike met één omlaag. 

form-fpp

Terug naar boven

Normeren o.b.v. gemiddeld cijfer

Bij deze optie geef je als docent aan wat het cijfer van de toets moet zijn bij het gemiddeld aantal behaalde punten van alle deelnemende studenten. Alle behaalde punten worden vervolgens naar dit gemiddelde omgevormd.

Voorbeeld: Voor een korte tussentijdse toets zijn 15 punten te behalen. Maaike heeft voor de toets 9 punten behaald. Het gemiddelde cijfer voor deze toets is een  7,5. Maaike heeft iets lager gescored dan het gemiddelde. Zij heeft een 7. De docent heeft een gegronde reden om coulant met de behaalde cijfers om te gaan en verhoogt het gemiddelde cijfer van de toets naar een 8. Voor Maaike veranderd haar cijfer automatisch mee met het gemiddelde. Zij heeft nu een 7,5.

Terug naar boven

Normeren o.b.v. n-term

De N-term is een variabele die bijvoorbeeld gebruikt wordt bij het berekenen van het cijfer bij het Centraal Examen. Hierdoor kan achteraf een cijfer bijgesteld worden als de exameninhoud te makkelijk of te moeilijk blijkt te zijn. Test-Correct hanteert binnen deze normeringsoptie dezelfde formule.

Voorbeeld:
Maaike heeft tijdens het maken van een toets in totaal 37 punten gehaald. Het totaal aantal te behalen punten was 50. Maaike heeft daardoor een cijfer behaald van 7,7. Er is een situatie ontstaan waardoor de N-term wordt bijgesteld naar beneden. De N-term is nu geen 1, maar 0,3. Het cijfer dat Maaike nu heeft behaald is een 7.

form-nterm

Terug naar boven

Normeren o.b.v. cesuur

Binnen deze normeringsoptie wordt gekeken hoeveel procent van de punten behaald moet worden voor het behalen van een 5,5 voor de toets. Dit cesuurpercentage vul je in als docent achter het veld cesuur. Let op! Je vult hier dus niet een puntenaantal in. 

Binnen Test-Correct kan deze berekening worden uitgevoerd aan de hand van een niet-lineaire secuur. Niet-lineaire cesuur wordt ook wel ‘cijfer berekening met knik’ genoemd.

De berekening voor een niet lineaire cesuur houden rekening met een verschil tussen voldoende cijfers en onvoldoende cijfers. Bij lineaire berekening zijn deze getallen gelijk (de 50% onvoldoende punten en de 50% voldoende punten).

Voorbeeld

 

Terug naar boven