Meerkeuzevraag

Bij het vraagtype "meerkeuzevraag" geeft u de student meerdere antwoordmogelijkheden om het juiste antwoord te kiezen.

Voor algemene uitleg over vraagitem creëren, klik hier. 

Voor algemene uitleg over toets construeren, klik hier. 

Een meerkeuzevraag bestaat uit een vraag dat een probleem bevat en de alternatieven. De alternatieven zijn de antwoordmogelijkheden waaruit studenten kunnen kiezen. De foute alternatieven zijn de afleiders, het juiste alternatief de sleutel.

U kunt ervoor kiezen om een MC-vraag met één correct alternatief te maken of een MC-vraag waar meerdere alternatieven correct zijn.

LET OP: Uw studenten wordt verteld hoeveel alternatieven gekozen kunnen worden, dit gebeurt aan de hand van het aantal sleutels (alternatieven waar punten te verdienen zijn).

Het tabblad Antwoorden:

U ziet een regel tekstveld met aan de rechterkant een scoreveld. Hieronder ziet u de knop ‘Optie toevoegen’. Door op de knop ‘Optie toevoegen’ te klikken komt er een nieuwe regel bij voor een nieuw alternatief.

U maakt de gewenste alternatieven aan. Automatisch staat de score voor ieder alternatief op 0. Voor het correcte alternatief (de sleutel) dient u de score aan te passen.

U heeft de mogelijkheid om meerdere alternatieven met een score hoger dan 0 te geven. Houdt er wel rekening mee dat de student verteld wordt hoeveel sleutels in de reeks alternatieven te vinden zijn (zie de afbeelding).

studentweergave

Afb. Screenshot van de studentweergave tijdens het maken van een toets