Tekenvraag

Bij het vraagtype "Tekenvraag" moeten studenten een tekening maken als antwoord.

Voor algemene uitleg over vraagitem creëren, klik hier. 

Voor algemene uitleg over toets construeren, klik hier. 

Als u wilt dat uw studenten iets tekenen als antwoord dan kunt u dit vraagtype inzetten. Het is mogelijk om een achtergrondafbeelding te gebruiken waar de student op moet tekenen. U kunt een raster plaatsen (makkelijk hulpmiddel als studenten een grafiek moeten tekenen) of u geeft een leeg tekenvlak aan uw studenten.

Het tabblad Antwoord:

Allereerst ziet u het advies om achtergrond-afbeeldingen te gebruiken met een verhouding 2:1. De voorkeur gaat uit naar een resolutie van 970 X 475 pixels. U mag ook hogere resoluties gebruiken. Het gevaar hierbij is dat het netwerk van uw klaslokaal overbelast kan raken bij de toetsafname. Omdat Test-Correct geen invloed heeft op uw netwerk raden wij een lage resolutie aan. Het is echter heel goed mogelijk dat uw netwerk prima en zonder problemen hogere resoluties aan achtergrondafbeeldingen aan kan, dit verschilt per school.

Onder dit advies ziet u de knop ‘Antwoord tekenen’.

Klik op de knop ‘Antwoord tekenen’.

U ziet nu het tekenpallet. Alles wat u tekent zal gebruikt worden als antwoordmodel tijdens het bespreken en nakijken.

Bij de afbeelding ziet u een screenshot van het tekenpallet. Er zijn functies genummerd. De uitleg wat deze functies doen kunt u onder het screenshot vinden.

16

Afb. Screenshot van het tekenpallet, met nummering

  1. Tekenen. Het kwastje geeft u de mogelijkheid om vrijuit te tekenen in het witte vlak. Dit gaat het makkelijkst met een touchscreen of een tekentablet;
  2. Lijn. Hiermee kunt u rechte lijnen trekken;
  3. Pijl. Hiermee kunt u pijlen trekken;
  4. Cirkel. Hiermee creëert u ovalen of cirkels;
  5. Vierkant. Hiermee creëert u rechthoeken of vierkanten;
  6. Raster. Onder deze knop krijgt u een lijst te zien van 2 tot en met 8. Het getal geeft aan uit hoeveel rijen het raster moet bestaan. Dit is een handig hulpmiddel als studenten bijvoorbeeld grafieken moeten maken of moeten invullen;
  7. Achtergrond. Als u op deze knop klikt kunt u een afbeelding uitzoeken op uw computer die het systeem als achtergrond in de tekening plaatst. Vergeet daarbij niet dat u de juiste verhouding gebruikt als u wilt voorkomen dat de afbeelding uitrekt (2:1); LET OP: de student zal de achtergrond ook zien bij het beantwoorden van deze vraag.
  8. Lijndikte. U ziet hier drie knoppen, met deze knoppen kunt u de gewenste lijndikte aangeven;
  9. Kleurenpalet. Op dit moment kunt u kiezen voor de kleuren zwart, groen, rood en blauw;
  10. Sluiten. Als u op deze knop klikt dan sluit het tekenpallet zich zonder dat er iets is opgeslagen;
  11. Opslaan. Als u op deze knop klikt dan zal de tekening worden opgeslagen als antwoordmodel. De eventuele achtergrond en het raster zal te zien zijn door de student;
  12. Tekenveld. Hier kunt u uw antwoord op de vraag tekenen;
  13. Layers. Wanneer u een tekening maakt in het tekenveld dan zal iedere actie die u doet als een aparte laag (layer) gezien worden. Elke laag die u creëert komt in deze lijst terecht. U ziet naast elke laag het oog-icoontje, door hierop te klikken maakt u de laag respectievelijk onzichtbaar of zichtbaar. Op deze manier kunt u alle ongewenste acties onzichtbaar maken. Wanneer u tevreden bent over uw eindresultaat (nadat u de ongewenste acties onzichtbaar heeft gemaakt) dan klikt u op de knop ‘Opslaan’.

    LET OP: zodra u de tekening opslaat verdwijnen alle lagen en zal de tekening  als één afbeelding worden opgeslagen. Het is dan niet meer mogelijk om bij het openen van de tekening lagen (on)zichtbaar te maken.

    U heeft een tekening gemaakt en vervolgens opgeslagen. U bent nu weer terug in de Tekenvraag-pop-up.