Selectievraag

Bij het vraagtype "Selectievraag" heeft de student een keuze over een aantal alternatieven om een leeg veld in te vullen met het juiste antwoord.

Voor algemene uitleg over vraagitem creëren, klik hier. 

Voor algemene uitleg over toets construeren, klik hier. 

De selectievraag lijkt veel op de gatentekstvraag met het verschil dat de student een keuze heeft over een aantal alternatieven, waarvan er één het juiste antwoord is (de sleutel). De selectievraag is dus een gesloten vraag en kan dus door het systeem zelf worden nagekeken (zie afbeelding 1 als voorbeeld wat een student ziet).

17Afb.1 Screenshot van studentweergave tijdens het beantwoorden van een selectievraag

Het tabblad Tekst:

De selectievraag heeft net als de gatentekstvraag geen tabblad ‘Antwoord’. Immers, de gegeven antwoorden in ieder gat worden al aangegeven in de tekst. Er zijn twee manieren om gaten te creëren bij een selectievraag.

Manier 1:

U highlight de woorden waarvan u wilt dat ze vervangen worden door een tekstveld met gegeven alternatieven, dit doet u door te dubbelklikken op het gewenste woord of door uw cursor vlak voor het woord te plaatsen en de linkermuisknop in te drukken (en ingedrukt houden). Vervolgens sleept u de cursor over het/de desbetreffende woord(en). Ze zijn nu gehighlight. Nu drukt  u op de knop ‘Vierkante haakjes toevoegen’ (zie afbeelding 2). Nu krijgt u de pop-up ‘Optie toevoegen’ (zie afbeelding 3). Het juiste antwoord is al opgegeven, dat is/zijn het/de woord(en) die u eerder heeft gehighlight. Hieronder vraagt het systeem om een foutief antwoord op te geven. Bij het beantwoorden van de vraag door de student krijgt hij/zij de keuze om uit één van de twee alternatieven te kiezen. U heeft ook de mogelijkheid om meerdere foutieve antwoorden op te geven. Klik op ‘Optie toevoegen’ en u ziet een nieuwe regel tevoorschijn komen waar u een nieuw foutief antwoord kunt opgeven. U kunt maximaal 9 foutieve antwoorden opgeven. Als u klaar bent met het toevoegen van alle alternatieven dan klikt u op de knop ‘Toevoegen’ onderaan de pop-up. U ziet dat er links en rechts van de gehighlighte woorden vierkante haakjes zijn toegevoegd. Ook ziet u dat alle foutieve alternatieven zijn toegevoegd tussen de haakjes, gescheiden door een staand streepje (deze: | ). Het eerste alternatief (dat direct na haakje openen staat), wordt door het systeem als het juiste antwoord gezien, alle overige alternatieven worden als foutief antwoord gezien.

18

Afb.2 Het toevoegen van de vierkante haakjes tijdens de creatie van een selectievraag

19

Afb.3 Het toevoegen van alternatieven voor het juiste antwoord kan ook anders

 

Manier 2:

U plaatst een vierkant-haakje-openen voor het woord en een vierkant-haakje-sluiten achter het woord. Dit kunt u ook met een zin of zinsnede doen. Vervolgens voegt u extra (foutieve) alternatieven toe na het juiste alternatief, gescheiden door een staand streepje ( | ). Let op dat u altijd begint met het juiste antwoord, het systeem gebruikt automatisch het eerste alternatief als het juiste antwoord.

U herhaalt één van bovenstaande twee manieren voor ieder ‘gat’ dat u wilt creëren bij deze vraag. De alternatieven zullen bij iedere student in willekeurige volgorde bij ieder gat getoond worden. Het juiste alternatief zal terug komen in het antwoordmodel op het moment van bespreken met de studenten en op het moment van nakijken door de docent.